Het spel van geloof en wetenschap

In deze longread ga ik in op de uitdaging van de verhouding tussen geloof en wetenschap in de bestudering van het Oude Testament.
Het spel van geloof en wetenschap (online paper) — Verhalentafel

Inleiding

De tijd van hersenloos geloof enerzijds en blinde verheerlijking van de wetenschap anderzijds – en de frictie daartussen – ligt in het verleden. Fundamentalisten en wetenschappers vechten elkaar niet langer van het publieke podium. De grote verhalen – verteld vanaf kansels en voor gevulde collegezalen – liggen aan stukken. We vinden onszelf in een unieke periode die haar eigen vragen met zich meebrengt. Hoe gaan we om met de voelbare spanning tussen de ontmythologiserende opbrengsten van de wetenschap en het verlangen naar oprecht geloof? En wat betekent geloof in een wereld die vrij lijkt van mythes, bijgeloof en schijnbaar achterhaalde wereldbeelden en tegelijkertijd niet wars is van wetenschappelijke missers?

In deze paper ga ik in op deze uitdaging van de verhouding tussen geloof en wetenschap in de bestudering van het Oude Testament. De centrale vraag luidt als volgt:

In hoeverre draagt de wetenschap bij aan een goed begrip van de Bijbeltekst?

Het is nodig om vooraf te zeggen dat de afbakening van het begrip ‘wetenschap’ aan wetenschapsfilosofie raakt en daarmee buiten de scope van deze paper valt. Het beantwoorden van de onderzoeksvraag helpt om een positie in te nemen op het verwarrende en fascinerende speelveld van theologie, waarheidsvinding en bijbelwetenschap. Deze paper beoogt een gefundeerde positiebepaling te inspireren. 

Deze paper begint met de noodzakelijke bespreking van wat een goed begrip van de Bijbeltekst is. Daarna volgt een korte duiding van het spectrum waarin de genoemde spanning tussen geloof en wetenschap zich afspeelt en weeg ik de argumenten die daaruit opkomen. Hier komt ook een gedeelte uit Genesis aan bod, waarin deze spanning scherp naar voren komt. Daarop volgt in de conclusie de beantwoording van de centrale vraag.

De noodzaak van een goed begrip

Het mag geen nieuws heten dat de spanning tussen geloof en wetenschap al jaren stof op doet waaien. De discussie voltrekt zich vaak rondom vondsten in de natuurwetenschappen die een argument voor schepping of evolutie steunen dan wel ontkrachten. Het resultaat is niet zelden een storm aan argumenten die onderbouwd wordt vanuit de laatste of ‘goede’ onderzoeken. Hetzelfde kan gezegd worden over de inzichten die de moderne bijbelwetenschap verschaft in bijvoorbeeld het ontstaan en de datering van bijbelboeken, de samenstelling van de bronnen en het belang van de literaire vorm.

Labuschagne noemt dat een vorm van Bijbelwetenschap al aanwezig is sinds het begin van onze jaartelling. Hij ziet dit in de totstandkoming van de canon in de eerste eeuwen, maar ook in de pogingen van Hugo, Richard en Andreas om de exegese te baseren op de grammatische en historische betekenis van de tekst. Zelfs hervormers zoals Luther en Calvijn uit de zestiende eeuw pasten op hun manier de kritische methodes toe. Hiermee ziet Labuschagne de Reformatie als één voorouders van de moderne Bijbelwetenschap, naast de Verlichting als en de rol van het humanisme. De resultaten van deze wetenschap botsten hard met het traditionele, op een letterlijke lezing van de Bijbel gebaseerde, wereldbeeld.

Dit leidde tot een problematische verhouding die tot op de dag van vandaag voortduurt. Labuschagne wijt dit aan de starre en krampachtige houding van de kerk, die zich verschanst in een fort van fundamentalisme achter haar hoge, biblicistische muren. Dit is frappant, want beide benaderingen lijken op het eerste gezicht recht te willen doen aan de tekst. Het lijkt alsof er twee verschillende sporten beoefend worden op één speelveld. Het is daarom niet interessant wie er volgens de regels speelt: het kan zijn dat dit voor beiden geldt. De vraag is welke spelregels er gelden op dit speelveld waar wetenschap en geloof elkaar ontmoeten.

Dat brengt me terug bij ‘een goed begrip’ van de tekst. Dit begrip is onderhevig aan interpretatie en voorkeur en daardoor voor meerderlei uitleg vatbaar. Waartoe wil men de tekst begrijpen? Volgens Labuschagne is wetenschap primair waarheidsvinding en helpt de Bijbelwetenschap om de inzichten vanuit de natuurwetenschappen te integreren in het geloof, zodat christenen zich kunnen handhaven in deze wereld. Is een biblicistische Bijbelwetenschapper daarmee een contradictio in terminis? Dit roept de vraag op wie bepaalt wat wetenschap is. Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden, maar lijkt wel wezenlijk om nader tot elkaar te komen.

De waarde van het spectrum

Het is duidelijk dat geloof en wetenschap niet eenvoudig te definiëren zijn; dit is deels te wijten aan wederzijdse vooroordelen, blinde vlekken en – soms ongegronde – aannames. Dat geldt voor beide begrippen, maar in de fundamentalistische, biblicistische benadering lijkt er geen ruimte voor deze zelfreflectie. Sterker nog, het druist direct in tegen de overtuiging dat de betekenis van elke bijbeltekst enkelvoudig en vast is. Daarnaast geven de Stellingen van Chicago geen ruimte voor meervoudige interpretatie van teksten, waardoor het per definitie onmogelijk is om dichter bij elkaar te komen in het gesprek met de Bijbelwetenschap zoals Labuschagne die beoogt. 

Hier toont zich de waarde van een spectrum. De vraag naar de bijdrage van wetenschap aan een goed begrip van de Bijbeltekst is niet voorbehouden aan twee posities, hier bezet door Labuschagne enerzijds en de Stellingen van Chicago en hun discipelen anderzijds. Het spectrum is geen hellend vlak, maar biedt ruimte om de veelkleurige interpretatie van de tekst aan het woord te laten. 

Over bogen en volken

In dit deel van de paper bespreek ik een gedeelte uit het boek Genesis waarin twee fragmenten in het oog springen. Beide gedachten zijn te vinden in het negende hoofdstuk van het boek Genesis. Dat zet deze bespreking automatisch op scherp, aangezien de Stellingen van Chicago het boek Genesis beschouwen als een feitelijk verslag.

In het eerste fragment wordt gesproken over ‘een boog in de wolken’ (Gen. 9:8-17). Dit fragment maakt onderdeel uit van het verbond tussen God en Noach en duidt traditioneel op het moment waarop God de boog in de wolken plaatst als teken van zijn verbond. Hierbij denkt het gros van de lezers en luisteraars aan de regenboog, het natuurlijk fenomeen waarbij de zon door waterdruppels breekt en een prisma van kleuren tevoorschijn tovert.

Een andere opvatting duidt het Hebreeuwse קֶשֶׁת als ‘strijdboog’. Dit zien zij als aannemelijk gezien het verdere gebruik van het woord in de bijbel en de afwezigheid van regen in Gen. 9:8-17. De StudieBijbel onderschrijft deze lezing en wijst de uitleg dat het Hebreeuwse קֶשֶׁת kan verwijzen naar een strijdboog resoluut maar zonder argumentatie van de hand.

De idee van de strijdboog als het teken van de macht van de overwinnende godheid past goed in de context van de omliggende culturen. Vanuit deze gedachte betekent ‘mijn boog’ in Genesis 9 het teken van de macht van God. God doet afstand van zijn strijdboog door deze in de wolken te zetten en zo de macht over de aarde te delen. Een afwijkende interpretatie van de tekst, maar de boodschap van God die een boog in de wolken zet als teken van trouw, blijft staan.

Een derde lezing van deze tekst ziet hier geen probleem: de boog in de wolken verwijst naar de regenboog, maar heeft ook een mythologische betekenis als het wapen van de stormgod dat in de wolken ‘gestald’ wordt. Coogan stelt dat het einde van het vloedverhaal verbonden wordt met het begin van Genesis 1 waar zich een strijd voltrekt tussen de stormgod en de zee. Bij dit eerste fragment biedt de wetenschap op het eerste gezicht een verdieping van de Bijbeltekst zonder het klassieke wereldbeeld van de gelovige aan stukken te slaan. Echter, het beeld van de stormgod maakt een wezenlijk deel uit van een andere benadering van het boek Genesis, waarin hij de oerverhalen mythisch duidt. Deze benadering lijkt juist ongunstig voor het klassieke wereldbeeld. 

In het tweede fragment bespreek ik Gen. 9:19, waarin de verspreiding van de mensheid over de aarde centraal staat. De aanhangers van de klassieke visie op het zondvloedverhaal nemen aan dat Noach met zijn gezin gezorgd heeft voor het opnieuw bevolken van de aarde. Daarop volgt in Genesis 10 een overzicht van de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, die na de zondvloed zonen kregen (Gen. 10:32).

En letterlijke lezing van dit gedeelte betekent dat we de stamboom van Noach hebben. De StudieBijbel vindt hier een geslachtsregister waarin de verhouding tussen Israël en de volken naar voren komt. Dit sluit echter niet uit dat de lijsten een overzicht van de geschiedenis geven. Dit idee van een gesegmenteerd geslachtsregister komt terug bij Coogan, die hier het werk van twee bronnen – de Jahwist en de Priestercodex – ziet. Brueggemann kiest een andere benadering. God gaat een verbond aan Noach en zijn nakomelingen, met de hele schepping. Doordat de mensheid afstamt van Noach, wordt de focus op Noach en later op Sem, de voorvader van Israël gelegd. 

Ook voor dit fragment is het enerzijds moeilijk vol te houden dat de Bijbeltekst zich laat vangen in een enkelvoudige betekenis, zoals de Stellingen van Chicago betogen. Het is niet vrijblijvend om de letterlijke interpretatie van de woorden in Gen. 9:19 los te laten. Dit heeft namelijk met terugwerkende kracht invloed op de lezing van het vloedverhaal, maar stelt ook vragen aan de validiteit van letterlijke interpretatie. Anderzijds wordt in de bespreking van dit fragment duidelijk dat ook wetenschap betrekkelijk is. Het is bijvoorbeeld maar zeer de vraag in hoeverre de bronnentheorie nog houdbaar is.

Conclusie: het spel van geloof en wetenschap

Hoewel er meer te zeggen is over dit onderwerp, geven bovenstaande punten voor dit moment voldoende aanknopingspunten voor een gefundeerde beantwoording van de onderzoeksvraag: in hoeverre draagt de wetenschap bij aan een goed begrip van de Bijbeltekst?

Vanaf het moment van het stellen van deze onderzoeksvraag werpt deze het probleem van subjectiviteit op. De vraag naar wat ‘een goed begrip’ van de Bijbeltekst is, moet eerst gesteld worden, maar staat niet los van de bijdrage van de wetenschap. Hier raken we aan een dieper probleem, namelijk dat het niet mogelijk is om op een objectieve manier te formuleren hoe de Bijbeltekst begrepen dient te worden. Dit, samen met het probleem van de afbakening van wat wetenschap is en wie dit bepaalt, maakt de beantwoording van deze vraag niet bepaald makkelijk. 

Het beeld van het speelveld biedt hier wellicht uitkomst. Het gaat niet om de spelregels van geloof en wetenschap afzonderlijk, die ieder hun eigen spel spelen in een vacuüm, maar om het speelveld waar zij elkaar ontmoeten, bevragen en aanvullen. Hiervoor is het essentieel dat beide partijen het veld op durven stappen en van elkaar durven te leren. Dit is eng, want er staat veel op het spel. Hier ligt voor ‘biblicistische spelers’ en de vrijgevochten Bijbelwetenschappers de uitdaging om duidelijk te onderbouwen waarom ze ergens in geloven of ergens van overtuigd zijn.

In de bespreking van het gedeelte uit Genesis 9 waar twee fragmenten naar boven kwamen, werd duidelijk dat de wetenschap de klassieke, letterlijke opvatting kan verrijken. Daarnaast kwam naar voren dat een drievoudige lezing van hetzelfde gedeelte kan leiden tot een meervoudige interpretatie van het gedeelte. Dit kan het begrip van de Bijbeltekst verrijken en waar nodig ook openbreken of nieuw leven inblazen. Kortom, de wetenschap draagt bij aan een goed begrip van de Bijbeltekst omdat zij vragen stelt aan de tekst en aan zichzelf. Zij is nooit af, maar daagt uit tot wederzijds opnieuw doordenken en bevragen van geloofsuitspraken, overtuigingen en methodes.

Nawoord

Deze paper biedt geen sluitend antwoord op de vraag in hoeverre wetenschap bijdraagt aan een goed begrip van de Bijbeltekst. Wel ligt er de uitdaging om blijvend het speelveld van geloof en wetenschap te betreden, vol geloof. Dat is spannend, want het kan zomaar zijn dat de wedstrijd verloren wordt. Ik ben benieuwd wat er te winnen valt. 

Wil je meer lezen over geloof en wetenschap? Lees hier dan snel verder.


Bronnen

Stavleu, Cees C., “Excurs 1: Geslachtsregisters”, in: Mart-Jan Paul, Gijs van den Brink en Hans Bette (red.), Studiebijbel Genesis – Exodus. (SBOT 1; Veenendaal: Centrum voor Bijbelonderzoek, 2004) [online versie]

Brueggemann, Walter, Theology of the Old Testament, Testimony, Dispute, Advocacy. (Minneapolis: Fortress Press, 1997)

Coogan, Michael D. and Chapman, Cynthia R., A Brief Introduction to the Old Testament: the Hebrew Bible in Its Context. (Oxford, New York: Oxford University Press, 2015)

International Council on Biblical Inerrancy (1982), “The Chicago Statement on Biblical Hermeneutics”.

Labuschagne, Casper J. (2006), “De verworvenheden van de Bijbelwetenschap”, (geraadpleegd 1-10-2019).

Labuschagne, Casper J. (2006), “Zin en onzin”, (geraadpleegd 1-10-2019)

Paul, Mart-Jan, Gijs van den Brink en Hans Bette (red.), “Bijbelcommentaar Genesis” in: Studiebijbel Genesis – Exodus. (SBOT 1; Veenendaal: Centrum voor Bijbelonderzoek, 2004) [online versie].

Wolde, Ellen van, “Van woord naar denkbeeld.” in: Schrift 270 (2014), 21-23.

Deel dit verhaal met anderen

Gerelateerde verhalen

Het voordeel van de twijfel
Hoe ga je om met twijfel? Wat doe je als...
7 redenen om de bijbel te lezen
Waarom je in 2022 best de bijbel er eens bij...
Goed nieuws!
Middenin een nieuwe lockdown klinkt een boodschap van goed nieuws.
Het voordeel van de twijfel
Hoe ga je om met twijfel? Wat doe je als...
7 redenen om de bijbel te lezen
Waarom je in 2022 best de bijbel er eens bij...