Godspeed

Een overdenking over vertragen om God in te halen naar aanleiding van de documentaire Godspeed en Romeinen 12.
Verhalentafel - Godspeed

Godspeed: leven in Gods tempo

‘Kom op, een beetje tempo.’ Wie heeft die woorden nooit te horen gekregen? Of zelf uitgesproken? Thuis, in de rij, bij gym op school, op je werk. Ik merk dat ik zelf vaak ook het tempo erin wil houden. Als de kassière bij de Lidl niet snel genoeg scant, merk ik soms dat ik van binnen al geïrriteerd raak omdat het niet zo snel gaat als ik zou willen. Hetzelfde geldt als de auto voor mij niet doorheeft dat het groen is. Al duurt het maar twee seconden, ik voel mijn irritatie-level stijgen. Want ik heb plannen, dingen te doen. Ik wil geen tijd verloren laten gaan. Ik ben maar gewoon heel eerlijk. Tijd is geld, toch? Tempo!

De vraag is waar dit uiteindelijk heen gaat. En die vraag bedoel ik letterlijk. Alles wordt sneller. Je telefoon, de bezorgtijd van je pakketje. Of denk eens aan video’s op TikTok, Instagram of Snapchat die allemaal kort-kort-kort zijn. En laten we efficiënt vergaderen, want dan kunnen we misschien wel één of twee meetings extra doen per dag. En het klinkt logisch, want hoe meer je tijd je hebt op een dag, hoe meer je gedaan krijgt. Ergens voelen we wel aan dat dit niet helemaal positief is.

Denk eens aan mensen die dit tempo niet vol kunnen houden – en daardoor buiten de boot vallen. Als je als tiener én cool moet zijn voor je klasgenoten en vrienden én goede cijfers wilt halen én thuis dingen moet én nog tien dingen moet. Als je als oudere letterlijk de wereld niet meer bij kunt benen, afhaakt bij alle technologie en merkt dat je rustiger aan moet doen. Als je als ouder de boodschappen en het eten moet regelen, je kinderen op moet halen bij de BSO, een dienst over moet nemen van je collega die ziek is en ook nog steeds die vriendin moet bellen. Of een combinatie van al die dingen.

Het is niet zo gek dat het soms teveel is. Burn-out, een gevoel van falen, angst om iets te missen of leven op de automatische piloot: het zijn allemaal mogelijke uitkomsten van het meegaan in het tempo van deze wereld. 

Vandaag hebben we het over leven in Gods tempo. Ik wil jullie voorstellen aan Matt Canlis, een Amerikaanse pastor die in Schotland moet leren wat het betekent om pastor. We kijken een stukje van de documentaire Godspeed– die Engels ondertiteld is – over hoe het verhaal begint. 

‘Als je blijft rennen, kun je niet gekend worden.’ Gekend worden. Gezien worden. Dat gaat diep. En dat is precies waarom we het hier vandaag over moeten hebben. Een paar maanden geleden ging het in de viering over rust nemen, tijd nemen om stil te zijn, maar vandaag gaan we een stap verder. Vandaag geen tips om meer rust in te bouwen in je leven, maar iets wat veel dichterbij komt. Durf je te vertragen? Durf je jezelf écht te laten zien?

In de viering gaat het over geloven, maar dat kan zomaar afleiden van waar het ten diepste om gaat. Geloven gaat er niet over dat je alles snapt of uit kunt leggen wat er in de bijbel staat. Of dat je heel goed kunt bidden. Of nooit twijfelt aan bepaalde dingen of vragen hebt. Geloven is zoveel meer. En vandaag is geloven ‘leven in Gods tempo’. En wat dat betekent, kun je bekijken in een ander stuk van deze docu Godspeed waarin Tom Wright – een professor die veel geschreven heeft over de tijd waarin Jezus leefde – aan het woord is.

Samengevat komt het hier op neer: leven in Gods tempo is 5 km/u. Wandeltempo. Als je de evangeliën – de verhalen over het leven van Jezus  – leest, dan merk je het misschien niet op, maar alles ging met 5 km/h. Dat was het tempo in de wereld. Godspeed. En in die wereld kwam God zelf in Jezus. Als baby. Waarom? Nou, om aan het kruis te gaan voor alle slechte dingen en weer op te staan, toch? Ook. Maar wat vertelt het tempo ons? Jezus knipte als baby niet met zijn vingers om de tijd door te spoelen.

Hij is geen hemelse klusjesman die even iets op komt lossen. Hij leefde jarenlang op een tempo van 5 km/u in deze wereld. Hij kende de wereld en liet zich kennen aan andere mensen, zijn buren, aan Jozef en Maria, aan zijn vrienden en vijanden. Om te leven met God, om Jezus te volgen, moet je vertragen. Pas dan kun je God bijhouden. Als je daar even over nadenkt, krijgen de woorden die we lazen uit de brief van Paulus aan de gelovigen in Rome een heel andere lading.

Paulus roept op om ons leven een offer te laten zijn. En je leven is alles, omvat alles. Geef jezelf helemaal. Laat je niet gek maken door de mensen of de wereld om je heen, maar leef als nieuwe mensen. En hier moeten we eigenlijk even kijken naar wat er in het Grieks staat, de taal waarin Paulus’ woorden zijn opgeschreven: meta-morphouste. Daarin herken je misschien het woord metamorfose, verandering. En wat mooi is, is dat hier een opdracht gegeven wordt om te veranderen – dus: ’verander!’ – maar dan passief: ‘wordt veranderd!’. 

Oftewel: we krijgen de opdracht om ons te laten veranderen. Dat betekent dat we leren om open te staan voor God die ons verandert. Door Zijn Geest, die je hart kan veranderen, je de goede richting op helpt en je helpt om te leren geloven. En in Jezus, die ons heeft gered, niet alleen door zijn dood en opstanding, maar ook door zijn leven heeft laten zien dat het leven zelf waardevol is. Zo waardevol dat je er niet doorheen moet vliegen – altijd op weg ergens naartoe – maar het leven met 5 km/u geleefd wil worden.

Vertragen om God bij te houden, zodat Hij ons kan leren kennen en zichzelf laat kennen. Dan ontdekken we dat het leven vol is van God. Ook al lijkt dat soms niet zo, lijkt het alsof de hele wereld in elkaar stort, er geen uitzicht is … er is géén plek op deze wereld waar het niet mogelijk is om het heilige te vinden. Of … de mogelijkheid om ‘heiligheid’ op te graven, gewoon waar we zijn, met de mensen met wie we zijn. 

Hoe? Door écht te zijn. En door echt te zíj́n. Ik hoop echt dat het ons lukt. Het is ook een lesje ‘hand in eigen boezem steken’ want ik dender ook vaak maar door. Maar wat zou er gebeuren als we langzamer zouden leven, de heiligheid zouden kunnen zien van het ‘gewone leven’, ons leven delen, onszelf laten kennen en anderen écht willen leren kennen? Amen.